Het initiatief tot het oprichten van de vereniging het Atheïstisch Verbond is ontstaan als reactie op de in de maatschappij wel veelvuldig aanwezige ‘religieuze geluiden’ en initiatieven, terwijl daarentegen uit atheïstische hoek veel minder wordt gehoord. Daardoor ontstaat nogal eens de indruk dat ‘de atheïst’ niet zou bestaan. Terwijl er meer niet-religieuzen zijn dan religieuzen.

 

Gedachtegoed

Om het gemis aan een atheïstisch stemgeluid op te heffen wil het Atheïstisch Verbond op praktische wijze invulling geven aan het uitdragen en bewaken van het humanistisch atheïstische gedachtegoed. Het Atheïstisch Verbond stelt zich ten doel ‘de atheïst’ een stem te geven door het atheïstische gedachtegoed een herkenbare positie in de maatschappij in te laten nemen. Het Atheïstisch Verbond wil een ‘adres’ zijn zodat ‘de atheïst’ te benaderen is. Het Atheïstisch Verbond wil haar taak en maatschappelijke betrokkenheid o.a. tonen door gevraagd, maar ook ongevraagd, te reageren op maatschappelijke aandachtspunten en gebeurtenissen.

tekst gaat verder onder afbeelding

vereniging

 

Doelstellingen

De vereniging heeft ten doel het atheïstisch stemgeluid een plaats te geven in het openbare debat en in brede zin op te komen voor het humanistisch gedachtegoed.

Zij tracht dit doel te bereiken door:

a.allen te verenigen die met het beginsel van het atheïstisch gedachtegoed instemmen;

b.een middelpunt te zijn voor verdieping, verbreiding en verdediging van atheïstisch humanistische levensovertuigingen;

c.een platform te bieden om in georganiseerd verband initiatieven te ontplooien;

d.het initiëren van maatschappelijke discussie over vrijheid van eigen invulling van leven en sterven;

e.activiteiten te ontwikkelen, of deel te nemen aan activiteiten van anderen, welke bijdragen aan een samenleving van mensen die zich hun verantwoordelijkheid voor zichzelf, hun medemens,de natuur en die samenleving bewust zijn

f.het bewerkstelligen van een seculiere staat/overheid (strikte scheiding van staat en kerk);

g.er voor te pleiten dat de (grond)wet vrij is van artikelen die religies een bijzondere positie toekennen;

h.te pleiten voor uitsluitend openbaar onderwijs;

i.vraagbaak te zijn voor derden en hen uitleg geven over het atheïstisch gedachtegoed;

j.diegenen te ondersteunen die worstelen met geloofstwijfel;

k.gevraagd en ongevraagd naar buiten te treden om het atheïstisch gedachtegoed kenbaar te maken;

l.middelen te vergaren en beschikbaar te stellen om daarmee het uitdragen van het atheïstisch gedachtegoed te bekostigen en voorts om initiatieven te ontwikkelen van diverse maatschappelijke en sociale aard.